Priorij “Regina Pacis”

Dienaressen van de Heer en de Maagd van Matará &

Benedictinessen v/h H. Sacrament

 

“Komt allen tot Mij”

Adventsbrief 2025

Volg mij

Beste familieleden en vrienden van het klooster,

 

“Wanneer de dagen langzaam korten en (in een normale winter) de eerste sneeuwvlokken beginnen te vallen, komen schuchter en stil de eerste gedachten aan Kerstmis op.”

 

Met deze woorden begint H. Edith Stein haar overwegingen over het mysterie van Kerstmis. Enkele van deze teksten kunnen dienen om vruchten te plukken van dit feest waartoe de Kerk ons ook nu weer uitnodigt. Zo b.v.:

 

“We hebben ons allemaal wel eens gelukzalig gevoeld op kerstavond, zelfs al zijn hemel en aarde nog niet verenigd. De ster van Bethlehem is in onze dagen echter een ster in donkere nacht. Meteen op tweede Kerstdag legt de kerk haar witte gewaden af en kleedt ze zich in de kleur van bloed. Sint Stefanus, de eerste martelaar, de eerste die de Heer volgde in het martelaarschap, en de onschuldige kinderen van Bethlehem en Juda, de zuigelingen die op brute wijze werden vermoord door de soldaten van Herodes, vormen de stoet van het Kind in de kribbe. Wat betekent dit? Waar vrede op aarde te vinden?

 

De Zoon van de Eeuwige Vader moest afdalen uit de grootsheid van zijn glorie naar de kleinheid van de aarde, omdat het mysterie van de ongerechtigheid haar had overdekt met de schaduwen van de nacht… Duisternis bedekte de aarde en Hij kwam tot ons als het licht dat in de duisternis schijnt… En aan allen die Hem ontvingen, bracht Hij licht en vrede; de vrede met de Vader in de hemel, de vrede met allen die eveneens kinderen zijn van het licht en van de hemelse Vader, en diepe en intieme vrede des harten. Maar geenszins vrede met de kinderen van de duisternis. Tegenover het licht dat van boven is gekomen, wordt de duisternis van de zonde des te donkerder en naargeestiger.

 

Het Kind in de kribbe strekt Zijn armpjes uit en Zijn glimlach lijkt te voorspellen, wat later door de lippen van de volwassen mens zal worden uitgesproken: Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven” (Mt.11,28). Zij die zijn oproep hoorden, de arme herders, aan wie de glans van de hemel en de stem van de engelen het goede nieuws verkondigden op de velden van Bethlehem en die, op weg gaand, op die oproep reageerden met de woorden: “Laten we naar Bethlehem gaan” (Lc.2,15); ook de koningen die vanuit het verre Oosten met eenvoudig geloof de wonderbaarlijke ster waren gevolgd, over hen allen werd de dauw van de genade uitgestort die van de uitgestrekte handjes van het kleine Kind uitging en zij werden “vervuld van grote vreugde” (Mt. 2,10).

 

Die handen schenken en eisen tegelijkertijd: wijzen, leg uw wijsheid neer en word eenvoudig als kinderen; koningen, geef uw kronen en schatten af en buig u nederig voor de Koning der Koningen en aanvaard zonder aarzelen de inspanningen, de pijn en het lijden die zijn dienst vereist. Van jullie, kinderen, die uit jezelf nog niets kunnen geven, nemen de handjes van het Kind Jezus de tederheid aan van jullie leven, nog voordat het goed en wel begonnen is. Die tederheid kan nergens beter worden gebruikt dan in het offeren voor de Heer van het Leven.

 

Volg mij! Zo spreken de handen van het Kind, zoals later de lippen van de man zullen spreken (Mc. 1,17). Zo spraken zijn lippen tot de leerling die de Heer liefhad en die nu ook tot zijn gevolg behoort, Johannes zelf, de jongste van allen, de leerling met het hart van een kind, en die volgde hem zonder te vragen waarheen of waarom. Hij verliet de boot van zijn vader en volgde de Heer op al zijn wegen tot aan de top van Golgotha.

 

Volg mij! Dat deed ook Stefanus. Hij volgde de voetstappen van de Heer in zijn strijd tegen de machten van de duisternis en tegen de verblinding van een hardnekkig ongeloof; uiteindelijk getuigde hij van Hem met zijn woord en met zijn bloed. Hij volgde Hem ook in de geest; in de geest van Liefde die de zonde bestrijdt, maar de zondaar liefheeft en zelfs in het aangezicht van de dood voor zijn moordenaars bij God bemiddelt.

 

Zij allen volgden de roeping van de Heer. We weten niet wat het goddelijke Kind voor ons in petto heeft op deze aarde en we moeten ons dat ook niet te vroeg afvragen. Eén ding is zeker: alles wat er gebeurt met hen die de Heer liefhebben, is voor hun eigen bestwil.

Laten we onze handen in de handen van het Goddelijke Kind leggen, laten we “Ja” antwoorden op zijn “Volg mij”, dan zullen we echt van Hem zijn en zal de weg vrij zijn voor zijn goddelijk leven om tot ons te komen.

 

Het Kind ziet in zijn geest reeds allen die Hem op die weg zullen volgen.”

 

Als we over deze teksten van Edith Stein nadenken, kunnen we er de universele roeping tot heiligheid in lezen, maar ook de roeping tot totale toewijding als religieus en tot het priesterschap. En tot de verantwoordelijkheid die wij als volk van God hebben om te antwoorden op de vraag van Christus: “Bid de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt”.

 

H. Johannes Paulus II herinnert ons er aan:

 

“Het christelijke volk heeft dus goede redenen om enerzijds God te danken voor de gave van de eucharistie en het priesterschap en anderzijds om onophoudelijk te bidden dat het niet zal ontbreken aan priesters in de Kerk… Het volk van God moet zich er dus steeds meer van bewust worden dat het ijverig moet bidden en handelen ten gunste van roepingen tot het priesterschap en het Godgewijde leven…

 

Ja, roepingen zijn een gave van God, waar voortdurend om gesmeekt moet worden. In navolging van de uitnodiging van Jezus moeten we allereerst de Eigenaar van de oogst smeken om arbeiders naar zijn oogst te sturen. Gebed, versterkt door het stille offer van het lijden, is het eerste en meest doeltreffende middel van de roepingenpastoraal.

 

Tegenwoordig zegt men dat de gemeenschap recht heeft op de eucharistie. Maar als we niet vurig bidden, als we ons niet met alle kracht inzetten om ervoor te zorgen dat de Heer de gemeenschappen goede dienaren van de eucharistie stuurt, kunnen we dan met innerlijke overtuiging zeggen dat “de gemeenschap er recht op heeft”?

 

Als zij recht heeft… dan heeft zij recht op een gave. Een gave kun je niet behandelen alsof het geen gave is. Om een dergelijke gave te verkrijgen is volhardend bidden nodig. Daar moeten we op onze knieën om vragen. Aangezien de Eucharistie de grootste gave van de Heer aan de Kerk is, is het dus noodzakelijk te vragen om priesters, want het priesterschap is een gave voor de Kerk.

 

En de grote paus sluit af met dit gebed tot de hemel: Wij vragen U, Heer, laat ons altijd vervuld zijn van de grootsheid van uw Gave, het Sacrament van Uw Lichaam en Uw Bloed, en maak dat wij, in innerlijk afgestemd op het bestel van de genade en op de wet van de gave, de eigenaar van de oogst onophoudelijk smeken, dat arbeiders te zenden!

 


We maken ook van deze brief gebruik om dank te zeggen voor enkele dingen die dit jaar zijn gebeurd. We willen er een paar bijzonder betekenisvolle van vermelden:

Ten eerste, de viering van het 50-jarig jubileum van zuster Christine. Dit is altijd een gelegenheid om ons te verheugen over de gave van volharding..

Bovendien hebben we, in samenwerking met onze apostolische zusters, priesters, en leken, ignatiaanse retraites kunnen organiseren. In de laatste twee jaar hebben we meer dan twintig ignatiaanse oefeningen kunnen organiseren.

In oktober van dit jaar konden we ook een Open Kloosterdag organiseren om meer bekendheid te geven aan de bedoeling van het kloosterleven en zijn functie in de Kerk.

Met deze brief willen we jullie allemaal bedanken voor jullie steun aan ons klooster. God zal jullie belonen voor alles wat jullie voor ons doen.

Onze kerstviering begint op woensdag 24 december om 19.00 uur. De middernachtmis begint om 20.00 uur, waartoe wij u ook van harte uitnodigen.

Met dankbaarheid aan God en aan u voor zoveel ontvangen goeds, wensen wij u van harte een blij Kerstfeest en een gelukkig Nieuwjaar 2026. Moge dit jaar de oproep om Christus steeds meer van dichtbij te volgen in onze oren weerklinken en mogen we de kracht hebben om met onvoorwaardelijke edelmoedigheid Hem ons antwoord te geven op wat Hij ons vraagt:”Volg mij!”

Categorieën: Senza categoria